De helende kracht van prehistorische plantenmineralen


Een extract uit het artikel uit het tijdschrift “”Natürlich Gärtnern” Nr. 1/2005 van Barbara Simonsohn, bekend om haar bestsellers, lezingen en seminars.


De helende kracht van prehistorische plantenmineralen

Bestseller auteurs Shalila Sharamon en Bodo Baginski wilden een samenvatting schrijven over de meest effectieve alternatieve geneeswijzen. In die tijd werden ze benaderd door Dr. John Switzer, die ze al jaren kennen als een uiterst nauwgezette arts en onderzoeker.

De Amerikaan John Switzer is werkzaam als arts en naturopaat en leidt een ayurvedische kliniek in Zuid-Duitsland. Hij geloofde een fantastisch middel te hebben ontdekt dat hij toepast bij zijn behandelingen. Het gaat hier om oermineralen van plantaardige oorsprong. De oermineralen bleken zo buitengewoon in hun werking, dat ze het hoofdthema werden van het boek.

De geschiedenis van de ontdekking van de colloïdale oermineralen

50 jaar geleden ontwikkelde David Graham, een Brits scheikundige, de Colloïdale chemie. Pas sinds kort beseffen wetenschappers welke enorm positieve uitwerking het heeft in de geneeskunde, de landbouw en de industrie. Vooraanstaand bacterioloog uit de USA, Dr. Frederick S. Macy: “we hebben al geruime tijd de televisie. Er is naar mijn mening slechts één grote ontwikkeling. Dat is het fenomeen colloïdale metalen. Ze vormen naast vast, vloeibaar en gasvormig de vierde toestand van de materie.”

Wat is het geheim van de colloïde? Colloïdale mineralen hebben een doorsnede van één tot enige honderden nanometers. Een nanometer komt overeen met een miljardste meter, colloïde mineralen zijn dan zo onvoorstelbaar klein, zo klein dat ze met een gewone microscoop niet meer te ontdekken zijn. Ze buigen echter wel het licht waardoor heldere punten zichtbaar kunnen worden in een ultramicroscoop. Mineralen uit prehistorische oerwouden zinken noch als delen in de bodem, noch drijven ze aan de oppervlakte. Ze blijven vanwege hun bijzondere toestand “van grootte en gewicht” in een zwevende toestand hangen maar lossen zich niet op. Deeltjes met deze bijzondere eigenschap worden colloïde genoemd, van het Griekse “Koll” = lijm.

Colloïdale oermineralen – wat maakt hen zo bijzonder?

Niet alle mineralen zijn hetzelfde. Menselijke en dierlijke organismen kunnen slechts tussen 3 en 20 procent mineralen  uit anorganische bronnen absorberen. Mineraalstoffen van plantaardige oorsprong worden tot 90 procent door het lichaam opgenomen. Plantaardige mineralen uit de oertijd hebben bovendien eigenschappen, die hen in staat stellen direct in de cellen te komen. Ze lossen een film op, die de rode bloedcellen aan elkaar doet kleven. Ze lossen de afzettingen in de celtussenruimten op, die de toegang tot de cellen kunnen verhinderen. Colloïde oermineralen ontgiften het lichaam. Hun werking is daarbij gedeeltelijk te verklaren door elektrische impulsen. Zieke en afgestorven cellen worden door de colloiden door electromagnetische krachten aangetrokken als ijzervijlsel door een magneet. Vervolgens worden deze vervallen of giftige substanties via de bloedstroom uitgescheiden.

Toxicologen beschouwen de ontgiftende geneeskunde als de geneeskunde van de toekomst en zien in deze colloïdale mineralen een onbegrensd ontgiftingspotentieel.

Het geheim van de Paiute-Indianen

De ontdekking van de prehistorische plantenmineralen klinkt avontuurlijk. Het westelijk gebied in Utah (USA) werd bevolkt door de indianen van de stam der Paiute, afstammend van de Uto-Azteken. Sinds eeuwen genazen zij hun zieken met het water uit een bron en bewaarden hun geheim tot in de jaren twintig. Soaring Eagle, opperhoofd van de Paiute-Indianen, was bevriend met een blanke ranger. Deze werd ziek en verkeerde in een levensbedreigende toestand. In zijn wanhoop liet hij zich naar de bron leiden. Hij dronk het goudgekleurde, bittere bronwater en ervaarde een verbazingwekkend herstel van zijn gezondheid.  Hij ontdekte dat deze helende bron overblijfselen bevat van een uit de oertijd stammend regenwoud. Het grootste deel lag bedekt onder een laag van zandsteen, lava, en andere materialen van de aarde. Het gaat om een sediment, stammend uit de krijtperiode. De moleculen van de oertijdplanten konden in hun oorspronkelijke structuur behouden blijven. Laboratoriumanalyses gaven aan, dat meer dan 80 mineralen en sporenelementen zich in deze oertijdplanten bevinden.

De ranger leefde nog meer dan 40 jaar. Als eerste behandelde hij zijn boerderijdieren met deze “toverdrank” en gaf het verder aan vrienden en kennissen. Het elixer won hij op een zuivere manier door extractie met puur bronwater en concentratie.

Wie colloïdale oermineralen inneemt, kan vaak een toename aan energie merken, het gevoel wakker en verkwikt te zijn. Het weefsel wordt steviger. Chronische hoofdpijnen kunnen verdwijnen, evenals slaapstoornissen, rugklachten, te hoge bloeddruk, zenuwpijnen of maagzweren. Vaak wordt ook een positieve werking op de psyche waargenomen, de mensen worden evenwichtiger en kunnen beter omgaan met stress.

Sporenelementen voor vitale lichaamsfuncties

Waarom zijn plantaardige oertijdmineralen uit dit verzonken regenwoud superieur aan andere voedingssupplementen? Het belangrijkste punt is waarschijnlijk hun plantaardige oorsprong; daarin onderscheiden zij zich van bijna alle andere mineraalproducten. Het lichaam herkent ze meteen als voeding en kan deze mineralen optimaal opnemen en benutten. Waarschijnlijk net zo belangrijk is het enorm brede spectrum aan sporenelementen. Deze stammen uit de buitengewoon vruchtbare aarde, die 100 miljoen jaar geleden op onze planeet te vinden was. Vele van de in het elixer aanwezige, zelden geworden sporenelementen zijn nodig voor de vitale functies in het lichaam. Bovendien ondersteunen zij de werking van vitaminen, aminozuren en vetzuren, zodat het lichaam ook deze voedingsstoffen optimaal kan benutten.

De oermineralen hebben zich in de USA over decenia bijna alleen door mond-tot-mondreclame van tevreden klanten verspreid. Door de gemakkelijke afzet bleek reclame overbodig. Achter dit product staat nog steeds een kleine familieonderneming dat zich in de loop van de tijd tot een moderne productieplaats heeft ontwikkeld. Pas in het tijdperk van het internet slaagden deze oermineralen erin om de sprong over de oceaan te maken. Allereerst in het gelijktalige Australië. Mede door het initiatief van John Switzer heeft deze waardevolle kennis nu ook in Europa zijn intrede gemaakt.

Toxische belasting is uitgesloten

Door het intensief gebruik van de bodem en de vervanging van de opgebruikte mineralen door kunstmest vertoont onze voeding inmiddels een acuut tekort aan de meeste van deze immens belangrijke componenten van het leven. Voor ons lichaam zijn deze fundamentele stoffen echter noodzakelijk. Vitale lichaamsfuncties kunnen lijden of uiteindelijk in elkaar storten, wanneer het aan bepaalde mineralen en sporenelementen ontbreekt. Toch wordt vaak dit verband te laat of helemaal niet herkend.

Aan de andere kant worden vaak gehele aaneenschakelingen van ziektesymptomen door de inname van de plantaardige oermineralen gereguleerd, waardoor het duidelijk wordt dat iets fundamenteels ontbrak.  De inname van de gebruikelijke anorganische mineralen kan dit tekort vaak niet verhelpen, daar ons lichaam ze slechts moeilijk kan integreren en grotendeels weer onbenut uitscheidt.

In de mineralen zijn er ook stoffen aanwezig zoals aluminium en arseen, die als bedenkelijk worden beschouwd. In plantaardige oermineralen is echter een toxische belasting van het menselijke organisme uitgesloten.

Het geheim ligt daarin dat de prehistorische regenwoudmineralen de weg door de planten doorkruist hebben. Dit proces kan daadwerkelijk gif in voeding transformeren. Vandaag weet men dat zelfs elementen zoals aluminium en arseen in plantaardige verbindingen belangrijke taken in het lichaam uitvoeren. Bovendien zijn deze elementen feitelijk slechts in sporen in het elixer aanwezig. Een eventuele overdosis wordt eenvoudigweg geëlimineerd. Het lichaam heeft betrouwbare wegen om de uit planten stammende elementen uit te scheiden, dit in tegenstelling tot de anorganische elementen.

Aldus is gebleken dat ook jarenlange inname van de plantaardige oermineralen niet leidt tot toxische belasting of opstapeling in het organisme. Integendeel, zo hebben wetenschappelijke onderzoeken vastgesteld, dat de zich in het lichaam opgestapelde metaalbelasting wordt opgelost en uitgescheiden zodra de oermineralen over een bepaalde periode ingenomen worden.

Vegetariërs lijden steeds vaker aan gebrek aan mineraalstoffen

Ook wie vandaag gezond tracht te eten, moet vaak een verlies aan belangrijke mineralen en sporenelementen op de koop toe nemen. Zelfs biologisch verbouwde voedingsmiddelen nemen door de voortschrijdende demineralisering van de bodem steeds minder mineralen op. Het algemene mineralenverlies heeft interessant genoeg nog meer betrekking op vegetariërs dan vleeseters. Aan het veevoeder wordt tegenwoordig een grote hoeveelheid mineralen toegevoegd, opdat de dieren gezond zouden blijven. Deze mineralen vinden dan ook hun weg tot de mens via het vlees.

De auteurs constateerden dat met de inname van de oermineralen een toename van energie optreedt,  slaap dieper, ontspannender en korter wordt. De geest wordt helderder en de concentratie neemt toe evenals lichamelijke en psychische draagkracht. Ook huid en haar profiteren zichtbaar. Kleine kwaaltjes, die ook bij gezond levende mensen met toenemende leeftijd optreden, verdwijnen.

Succesvolle resultaten door de oermineralen

De auteurs maken melding van verbazingwekkende resultaten in hun boek. Er waren een hele reeks ervaringen, die een diepe indruk op hen maakten. Bijvoorbeeld een vrouwelijke arts en moeder van 4 kinderen die na 20 jaren slapeloosheid voor het eerst weer ontspannen kan slapen, een 60-jarige grootmoeder die na een hernia tapdans leert en een 70-jarige vroegere hartpatiënt die in Nepal bergen beklimt. Als dat slechts aan de toevoer van ontbrekende sporenelementen en enkele andere voedingsstoffen te danken is, dan is dat al wonderbaarlijk en verbazingwekkend te noemen. De auteurs willen echter benadrukken, dat ieder geval anders van aard is en dat daarmee ook de resultaten uiteenlopend kunnen zijn. De oermineralen zijn echter ongetwijfeld een poging waard en niet zelden komt men tot de verrrassing dat als bijkomend effect ook geheel andere klachten verdwijnen.

Er zijn beslist weinig mensen, die niet lijden aan een tekort aan mineralen en sporenelementen. Wanneer men zich goed voelt, lichamelijk en psychisch in balans is, men niet geplaagd wordt door verslaving en men door het leven vol elan gaat, dan kan men ervan uitgaan dat er geen gebrek aan voedingsstoffen aanwezig is. Uiteindelijk is ons leven oorspronkelijk zo bestemd.

Henry Ford zei een keer: “gezondheid verkrijgt men niet in de handel, het wordt verkregen door de levenswandel.” Men moet zeker meer doen dan alleen het innemen van de oermineralen om duurzaam gezond te blijven. Maar toen Henry Ford 140 jaar geleden werd geboren, was de voedingssituatie, wat betreft het tekort aan mineralen, sporenelementen en vitaminen minder dramatisch dan vandaag. Het algehele gebrek aan essentiële voedingsstoffen in de voeding is immers een relatief jong fenomeen.

Innerlijk geluk en vervulling zijn belangrijk voor een gelukkig en gezond leven. En wanneer men de mogelijkheid heeft, zou men de prehistorische plantenmineralen zelf uit moeten proberen. Zij herbergen inderdaad een reusachtige schat voor onze gezondheid.  Zo concluderen de auteurs.

Barbara Simonsohn


Buchtip: “Heilung aus der Ur-Natur” von Shalila Sharamon, Bodo J. Baginsk