Mineralen: waarom hebben we ze nodig


Mineralen:  waarom hebben we ze nodig

What Doctors Don’t Tell You (Volume 13, uitgave 9)
Auteurs:  Joseph Hattersley, Pat Thomas en Lynne McTaggart

Desastreus wanbeheer van onze landbouwgrond en intensieve landbouwmethoden hebben ertoe geleid dat ons voedsel van dermate armzalige kwaliteit is, dat vitaminesupplementen geen overbodige luxe zijn,  maar een bittere noodzaak voor een optimale gezondheid. In 1992 bevestigde de Earth Summit in Rio, dat de gemiddelde Amerikaanse akker 85 procent minder mineralen bevat dan de niet voorheen bewerkte grond. Wereldwijd ligt dit cijfer rond 75 procent. Maar dit is geen nieuws.

Reeds in 1936 stelde een rapport van het Amerikaanse senaat dat er sprake was van een gebrek aan mineralen in de grond van Amerikaanse boerderijen en weilanden, wat vervolgens ook terug te zien is in de voedingsmiddelen afkomstig van deze gronden. De onderzoekers, die dit document samenstelden, hadden hiervoor een groot en representatief aantal grondmonsters in de Verenigde Staten getest. De implicaties van het rapport waren onthutsend. Het betekende, dat zo’n 99 procent van de bevolking een gebrek had aan een hele reeks mineralen. Zelfs toen al werd aanbevolen om de voeding van boerderijdieren en mensen met supplementen aan te vullen.

Sindsdien is het probleem alleen maar erger geworden. De akkers van tegenwoordig, zelfs die van biologische bedrijven (wel in geringere mate), bevatten nog maar heel weinig van de voedingsstoffen die wij dagelijks nodig hebben. Als gevolg daarvan bevatten de voedingsmiddelen die wij dagelijks op tafel zetten nog maar weinig van de vitaminen en mineralen, die zo essentieel zijn voor onze gezondheid.

Commercie en hebzucht

Hoe het zover is kunnen komen dat nu de grond verstoken is van essentiële mineralen heeft alles te maken met commercie en hebzucht. We hebben het hier weliswaar over Amerikaanse cijfers, maar de Amerikaanse benadering van de landbouw  met de intensieve bemesting wordt ook in de meeste West-Europese landen toegepast.

Aan het begin van de negentiende eeuw konden de families, die op de Amerikaanse velden landbouw bedreven, niet lang op een plek blijven. Deze pioniers hadden het niet zo op met de fijne kneepjes die in Europa al lang werden gebruikt: groenbemesting, vruchtrotatie en velden braak laten liggen. Hun gronden leverden gedurende vijf tot acht jaar ruime hoeveelheden voedsel op, maar daarna groeide de mais nauwelijks meer en was hij niet meer in staat om aren te produceren. De boeren putten de grond uit. Als ze erin slaagden de eerste winter van een mislukte oogst te overleven, trokken ze verder naar het westen om daar opnieuw te beginnen. Dit ging alsmaar door.

Kunstmatige meststoffen

Aan het eind van de negentiende eeuw werd NPK geïntroduceerd: een kunstmatige meststof gemaakt van stikstof (N) fosfor (P) en kalium (K). Dit leek de gedroomde oplossing voor boeren die anders telkens verder naar het westen moesten trekken.

Nu, na ruim 100 jaar gebruik, is het duidelijk dat het om een reusachtig schadelijke wereldwijde fraude gaat. De drie cijfers op de zakken mest, die in elk tuincentrum te koop zijn, duiden de verhouding van de drie afzonderlijke meststoffen aan. Met deze drie mineralen in de voor de lokale situatie juiste verhouding (plus water, warmte en licht), zien planten er gezond uit en leveren ze een maximale opbrengst. Daarmee is de boer verzekerd van zijn winst.

De Duitse chemicus Justus von Liebig (1803-1873) kwam op de absurde therorie dat stikstof, fosfor en kalium de enige mineralen waren, die mens en dier nodig hadden. Met zijn niet al te verfijnde uitrusting kon hij in de as van verbrand plantenmateriaal namelijk alleen deze drie elementen aantonen. De elfde editie in de Encyclopedia Britannica vertelt dat hij deze theorie uiteindelijk zelf helemaal verworpen heeft. Dankzij nieuwere apparatuur kwam hij erachter dat de as die overbleef na het verbranden van plantenweefsel, ook nog een hele reeks andere mineralen bevatte. Veel uitgeverijen maakten echter onder druk van de producenten van de kunstmest geen melding van Liebig’s lange en gedetailleerde herroeping van zijn theorie. Zodoende bleef de Westerse land- en tuinbouw de NPK-meststof enthousiast verder gebruiken waardoor honderden miljoenen mensen wereldwijd de vruchten van de Westerse landbouw consumeren; een voedsel dat riskant weinig voedingsstoffen bevat.

De boeren verbouwen voedsel, oogsten en bemesten de grond vervolgens weer met NPK; ze verbouwen nog meer voedsel, oogsten wederom en herhalen de NPK-bemesting. We zijn nu al jarenlang bezig om onze landbouwgronden uit te putten zonder het gehele scala aan mineralen terug te geven aan de grond. NPK-mest levert grote en opgeblazen groenten en fruit op, die door het gebrek aan mineralen nogal smakeloos zijn. Bovendien verzwakt het gebruik van slechts drie voedingsstoffen de planten op de akkers, waardoor ze gevoeliger worden voor ziekte en plagen. De NPK-mest is daarbovenop zeer zuur, waardoor de pH-balans (zuur/base) van de grond uit evenwicht wordt gebracht.

Tekort aan mineralen en essentiële sporenelementen

Het vermogen van de grond om elementen te absorberen is bij neutrale of licht alkalische omstandigheden maximaal. Zure grond doodt de in de grond aanwezige micro-organismen die er voor zorgen dat de mineralen in de aarde worden omgezet in een voor planten bruikbare vorm (1).  Zonder deze micro-organismen blijven de mineralen gebonden op zo’n manier dat de plant ze niet kan absorberen (1). Eén studie wees uit, dat meer dan een derde van de landbouwgrond in The Great Plains, het landbouwcentrum van Amerika -een pH-waarde heeft van minder dan 5,5 terwijl die waarde alkalisch zou moeten zijn, dus hoger dan een pH van zeven (2).

Zure grond bevat volgens het Canadese ministerie van landbouw weinig magnesium en meestal ook weinig calcium. Planten groeien weliswaar gestimuleerd door de kunstmest, maar ze hebben wel een tekort aan essentiële sporenelementen. Bij gebrek daaraan nemen de planten zware metalen uit de grond op, zoals aluminium, kwik en lood. Via de voedselketen komen deze zware metalen ook bij ons terecht en worden deze stoffen makkelijk geabsorbeerd als we zelf een gebrek aan beschermende mineralen hebben. Ons lichaam houdt deze deze zware metalen, sporen van bestrijdingsmiddelen en de chemische afvalstoffen die opzettelijk aan mest worden toegevoegd, vast. Dit bedreigt op lange termijn onze gezondheid (3).

Een internationale studie, die de concentraties voedingsstoffen in diverse delen van de wereld evalueert, meldt: ‘De huidige landbouwmethoden, vooral het overmatig gebruik van bestrijdingsmiddelen, veroorzaken ernstige tekorten aan mangaan en andere mineralen, zowel in de grond als in de planten die daarop groeien. Vooral mangaan, zink en ijzer zijn in de onderzochte stalen in zeer lage concentraties aanwezig (4).

Om de enorme verzuring van de bodem tegen te kunnen gaan, nemen de landbouwers hun toevlucht tot het bestrooien van de akkers met kalksteen. Door deze praktijk wordt er calcium en magnesium aan de grond toegevoegd hetgeen de pH van de grond verandert en de bladgroei sterk bevordert. Maar tegelijkertijd worden daardoor mangaan en andere spoorelementen aan de grond onttrokken (5) (6). Ook door insecticiden wordt er mangaan aan de grond onttrokken. Deze bestrijdingsmiddelen inactiveren bepaalde enzymen die de opname door de plant van mangaan en andere mineralen bevorderen (7).

Moderne hybride granen smaken minder en veroorzaken vaker allergieën dan de oude, oorspronkelijke graansoorten. Ze zijn bovendien zwak en afhankelijk van chemicaliën voor de bescherming tegen ziekten en plagen. Dat geldt niet – of in veel mindere mate – voor oorspronkelijke graansoorten (8). Bestrijdingsmiddelen verzwakken de planten nog verder waardoor ze vervolgens weer gevoelig zijn voor de aanval van andere insecten. Een vicieuze cirkel. Meer dan vijfhonderd insectensoorten zijn inmiddels resistent tegen pesticiden.

In tegenstelling tot mensen kunnen planten bepaalde aminozuren, essentiële vetzuren en vitaminen zelf aanmaken, maar geen enkel organisme kan mineralen, de koning van de voedingsstoffen, produceren.  Vitaminen, eiwitten, enzymen, aminozuren, vetten en koolhydraten hebben mineralen nodig om hun werking te kunnen doen.

Aanbevolen Dagelijkse Hoeveelheid

Mens en dier hebben meer dan vijftig mineralen nodig en als de akkers die mineralen niet bevatten omdat ze zijn leeggehaald, zitten ze ook niet in het voedsel dat van die akkers afkomt. Magnesium, chroom, vanadium en andere mineralen die net zo belangrijk zijn voor een goede gezondheid als stikstof, fosfor en kalium, ontbreken in veel grotere mate in onze voedselketen dan de meeste vitaminen. Daarom komen er ook steeds meer ziekten voor die worden veroorzaakt door tekorten aan mineralen. De meeste Amerikanen hebben een chronisch gebrek aan chroom, magnesium en mangaan – vooral tienermeisjes en oudere mensen (9).

Uit een onderzoek van het dieet van veganisten, bleek, dat hun voeding ruim meer dan de Aanbevolen Dagelijkse Hoeveelheid ADH van de meeste vitaminen bevatte. Maar die voeding bevatte bijvoorbeeld slechts 96 procent van de ADH voor zink, en 46 procent van de toch al lage ADH voor selenium (10). Zelfs grote hoeveelheden plantaardig voedsel zijn niet genoeg om bepaalde ziekten als gevolg van mineralentekorten te voorkomen.

Een lage seleniumconcentratie is een risicofactor … (11) (12).

Het proteïnegehalte van granen is een betrouwbare maatstaf om aan te tonen hoe de vruchtbaarheid van de grond is gedaald (13). In 1900 bestond tarwe voor 90% uit eiwit, tegenwoordig is dat 9%. Om de voedingsstoffen binnen te krijgen, die vroeger in één snee brood zaten, zouden we nu dus tien sneetjes moeten eten. In 1958 bevatte honderd gram spinazie 158 milligram ijzer. In 1967 was het ijzergehalte al gedaald naar 27 milligram en in 1973 bevatte spinazie nog maar 2.2 milligram ijzer. Inmiddels wordt vermoedt, dat het ijzergehalte niet meer dan één milligram per 100 milligram bedraagt. Popeye zou nu dus zo’n 200 blikken spinazie moeten eten om hetzelfde effect te bereiken, dat één blik spinazie hem vijftig jaar geleden opleverde (14).

Nitrosamines

De nitrosamines in planten gebaseerd op stikstof-meststoffen kunnen uw eten ook nog op andere manieren beïnvloeden. De grote hoeveelheden stikstof die op gangbare landbouwgronden worden gebruikt beïnvloeden de eiwitkwantiteit van de plant. Maar een grote hoeveelheid stikstof in de grond veroorzaakt nog andere problemen. Als de stikstofconcentratie groter is dan wat de plant voor de fotosynthese nodig heeft dan wordt de rest opgeslagen in de vorm van nitraten. Als de nitraten uit de plant in ons lichaam terechtkomen, kunnen deze tijdens de spijsvertering worden omgezet in kankerverwekkende nitrosamines; dezelfde kankerverwekkende stoffen, die ook in sigarettenrook en gerookte etenswaren voorkomen (15). Kunstmeststoffen kunnen de nitrosamine vorming ook nog op een andere manier bevorderen. Er zijn aanwijzingen, dat ze het aantal bacteriën op planten doen toenemen. Deze bacteriën veroorzaken mogelijks een omzetting van nitraat in nitriet, een voorloper van nitrosamine (16). Er zijn ook studies, die laten zien, dat fungiciden op opgeslagen voedingsmiddelen met de nitraten uit de plant kunnen reageren en zo nitrosamines kunnen vormen (17). Normaal gesproken beschermen antioxidanten uit de voeding ons voor de schadelijke nitrosamines. Helaas blijken echter ook de concentraties essentiële antioxidanten in onze voeding zoals vitamine C en vitamine A steeds verder af te nemen.

Sterk afnemende concentraties van mineralen zijn niet de enige nutriënten die in conventioneel verbouwde voedingsmiddelen ontbreken. Er zijn aanwijzingen dat het vitaminegehalte van fruit, groente en granen sterk is gedaald gedurende de afgelopen vijftig jaar.

In 1999 vergeleek de voedingsdeskundige Alex Jack de voedingswaarde in het handboek van het Amerikaanse ministerie van landbouw met de waarden die in 1975 werden gepubliceerd. Hij stelde een afname van een aantal mineralen vast en hij merkte tevens op dat bloemkool 40% minder vitamine C bevat, dan in 1975. Hij schreef toen een brief naar het ministerie, waarin hij om een verklaring vroeg, maar er werd niet op gereageerd. Het tijdschrift Organic Gardening schaarde zich achter hem en publiceerde een open brief aan het ministerie. waarin een reactie op de brief van Alex Jack werd geëist. Toen het antwoord uiteindelijk kwam, bleek het om een document te gaan vol bureaucratische ‘doublespeak’ taal, waarin vooral de onbetrouwbare meetmethoden uit het donkere tijdperk van 1975 verantwoordelijk werden geacht voor het verschil in cijfers. In maart 2001 kreeg Alex Jacks motief ook steun van Life Extension Magazine. Met de inzichten van Jack en de voedingswaardetabellen van het ministerie (deze keer uit 1963) publiceerde het blad een eigen vergelijking. De resultaten? Het vitamine C gehalte van pepertjes ging terug van 128 mg naar 89 mg. Het gehalte provitamine A in appelen was van 90 mg gereduceerd tot 53 mg. Broccoli en boerenkool hadden de helft van hun vroegere provitamine A gehalte verloren en het vitamine C gehalte van bloemkool was eveneens met 50% gedaald.

Afgezien van het feit dat fruit, groente en granen voor het grootste deel in mineraalarme grond worden verbouwd, worden die voedingsmiddelen ook nog eens langdurig opgeslagen voordat ze uiteindelijk worden verkocht. Daarna worden ze vaak nog lang bewaard voordat ze eindelijk worden gegeten of ook nog eens in maaltijden worden gekookt. Een interessante studie, die de historische teruggang van het mineraalgehalte van fruit en groente tussen 1930 en 1987 documenteerde, leverde een aantal verbazingwekkende conclusies op (18). Zo blijkt bijvoorbeeld, dat moderne aardappelen 40% minder kalium bevatten dan de aardappelen, die vijftig jaar gelden werden geteeld. Wortelen bevatten nog maar de helft van het calcium, dat ze vroeger bevatten en 75% minder magnesium. Tomaten bevatten 90% minder koper. Appels twee derde minder ijzer dan vroeger. Hetzelfde geldt voor abrikozen. Van zo’n twintig veel voorkomende fruit- en groentesoorten werd geconstateerd, dat de voedingswaarde lager was dan vroeger.

De invloed van bestrijdingsmiddelen

Het gebrek aan vitaminen en mineralen van planten is deels te verklaren door de teelt op een met kunstmest bewerkte en tevens uitgeputte aarde.  Ook het gebruik van bestrijdingsmiddelen beïnvloedt de voedingswaarde van voedsel, zowel direct als indirect. Het gebruik van herbiciden, pesticiden en fungiciden tijdens de groei en de opslag stelt boeren, winkeliers en uiteindelijk ook de consument in staat om door te gaan met praktijken, die het verlies van voedingswaarde bespoedigen (zoals langdurige opslag van plantaardige producten). Bovendien veranderen veel herbiciden de stofwisseling van de plant en daarmee ook de samenstelling van de voedingsstoffen. Zo veroorzaken bijvoorbeeld herbiciden, die de fotosynthese remmen (triazine of fenoazijnzuur herbiciden), effecten die vergelijkbaar zijn met die van weinig licht. Onder dergelijke condities vermindert het koolhydraatgehalte, de alfa-tocoferol- en bètacaroteengehalte van de plant, en nemen het eiwitgehalte, de hoeveelheid vrije aminozuren en de nitraatconcentraties toe (18). Herbiciden met een blekende werking kunnen eveneens de bètacaroteenconcentratie reduceren omdat deze de synthese van carotenoïden remmen (19). Van sulfonylurea herbiciden is bekend, dat ze de synthese van aminozuren met vertakte ketens remmen (20) (21).

Vitamine C, bètacaroteen en vitamine E zijn belangrijke antioxidanten en de gevolgen van een teruggang in deze concentraties zijn dan ook verstrekkend. Deze vitaminen beschermen ons tegen de vrije radicalen in ons lichaam. Niet alleen die vrije radicalen geproduceerd door de stofwisseling in ons lichaam, maar ook tegen de vrije radicalen, die ontstaan door de grote hoeveelheid giftige stoffen die we in onze dagelijkse omgeving tegenkomen. Daarnaast beschermen zij ons tegen de vele aandoeningen, die wij vaak met het normale ouder worden in verband brengen. … (22) (23) (24) (25).

Steenstof ter reminalisering van de bouwgrond?

Sommige boeren remineraliseren hun grond met steenstof en melden sterk verhoogde opbrengsten van gewassen, die meer voedingsstoffen bevatten en tevens bestendiger zijn tegen ziekten en plagen. Velen beschouwen dit als de ultieme oplossing voor het reusachtig probleem van mineraaltekorten in onze voeding. Remineralisering zorgt voor een fenomenale groei van micro-organismen in de grond en het verhoogt de opname van voedingsstoffen door de plant. Het werkt de verzuring van de grond tegen, voorkomt erosie van de grond, verhoogt de waterabsorberende kwaliteit van de grond, draagt bij aan de ontwikkeling van waardevolle humuscomplexen, heeft antischimmeleigenschappen en, op planten gesproeid, werkt het ook nog eens als insecticide (26) (27). Remineralisering met steenstof kan ook de compostering verbeteren en bespoedigen (28). Berichten uit Duitsland en Australië spreken ook van een sterk toegenomen bosgroei door remineralisering van de grond (29).

Tegenwoordig wordt in landen in het Midden-Oosten regelmatig zink aan de mest toegevoegd en in Finland en China selenium. Amerikaanse walnootboeren gebruiken mest verrijkt met mangaan, aangezien walnootbomen zonder mangaan niet groeien. In Californië worden – afhankelijk van de geconstateerde tekorten – sporenelementen aan het irrigatiewater voor rijstvelden toegevoegd. Dit heeft tot sterk verbeterde oogsten geleid. Dit lijken allemaal aardige oplossingen, maar ze zijn onpraktisch om op grote schaal toegepast te worden. Remineralisering heeft zich nog niet bewezen als praktisch toepasbaar en het levert ook niet een direct bruikbare toevoer van absorbeerbare mineralen voor consumenten. De boer en de doe-het-zelf tuinier zouden dit een tijdlang moeten volhouden.

Conclusie

De op een na beste oplossing is dus om ons lichaam via supplementen van vitaminen en mineralen te voorzien, aangezien de grond en de gewassen die geen mineralen en nauwelijks nog vitaminen bevatten dat niet kunnen.

Kort geleden herzag het Journal of the American Medical Association nog haar positie en stelde dat artsen aan alle patiënten, dus ook de gezonde patiënten, zouden moeten aanbevelen om regelmatig vitaminen en mineralensupplementen te gebruiken (30). Dus het is nu officieel: vitamine- en mineralensupplementen zijn geen overbodige luxe voor de hypochonder of voor diegenen die therapeutische doseringen nodig hebben. Vitamine- en mineralen supplementen zijn essentieel voor het behoud van een basaal gezondheidsniveau.

In het licht van deze conclusie zou de recente richtlijn over voedingssupplementen van het Europees Parlement (zie de codex alimentarius), wel eens een catastrofaal effect kunnen hebben. Op grond van deze richtlijn die recent is goedgekeurd, zullen veel vitaminen en mineralen verboden worden en zijn er voor veel andere vitaminen alleen nog maar lagere concentraties toegestaan. De premisse van de richtlijn is dat supplementen met hoge doseringen duur en overbodige zijn. Daarbij wordt het steeds opnieuw herhaalde argument aangevoerd dat we alle benodigde vitaminen en mineralen via de voeding binnenkrijgen.

Voedingssupplementen zijn tegenwoordig echter niet alleen maar een ‘voor het geval dat’ maatregel. Ze zijn letterlijk broodnodig voor de toekomst.


Literatuur

1. Townsend Letter for Doctors and Patients aug/sept 1996 114-118
2. Oklahoma State University PT, 2000; 12(10): 1
3. Wilson D, fateful Harvest: the true story of a small Town, a global industry an a toxic secret, New York: Harper Collins, 2001
4. FAO soils bulletin, 63:Rome, 1990
5. Pfeiffer Carl, MD. Zinc and other Micro-nutrients, New Canaan, CT:keats Publishing, 1978
6. J Orthomol Psych, 1980; 9; 37; 37-249
7. J Orthomol Psych, 1996; 11: 69-79
8. Earthletter, 1994(summer);4 (2):12
9. Amer J Clin Nutr, 1969; 22: 1332-39
10. Blands JC, Prev Med Update, 1996
11. Funct Med Update, April 1997
12. Funct Med Update, May 1997
13. Price, Weston, DDS, Nutrition and Physical Degeneration, New Canaan, CT; Keats Publishing, Sixth edition, 1997, price Pottenger Nutrition Foundation
14. Gemmer E. ‘Who stole America’s health?’ Lecture, 1995
15. National Research Council, ‘The health effects of nitrate, nitrite an N-nitroso compounds’, Washington DC: National Academy Press, 1981
16. Ahrens E, et al, ‘Significance of fertilization for the post-harvest condition of vegetables, especially spinach’, in Lockeretz, W.ed. Environmentally Sound Agriculture, New York, NY: Praeget, 1983
17. Nutri Health, 1985; 217-239
18. Br Food J, 1997; 99: 207-11
19. Z Naturforsch, 1979; 34C: 9320935
20. Weed Sci, 1991; 39: 474-9
21. Weed Sci; 1991;39:428-34
22. AMJ Clin Nutr, 2000;72: 139-45
23. Arch Intern Med, 1996: 156: 637-42
24. J Epidemiol, 1992; 135: 115-21
25. Int J biosocial Research, 1981;1: 21-41
26. World Research; institute Bulletin, March 1995
27. Acres-USA, Jan 2001: 22-23
28. Australian Health & healing May-July 1996: 55-56
29. World Research Bulletin, Mar 1995
30. JAMA, 2002; 287: 3127-9